De potvis is een van de meest voorkomende walvissen en komt vrijwel overal ter wereld voor. In de Noordzee zijn ze echter vrij zeldzaam. Hier zijn een aantal redenen voor aan te voeren. De potvis leeft namelijk hoofdzakelijk van pijlinktvissen en deze komen in de Noordzee praktisch niet voor. Bovendien functioneert hun sonar-systeem om de weg te vinden erg goed op grote diepte, terwijl de Noordzee een vrij ondiepe zee is. Zomers trekken de mannetjes vanaf de Atlantische Oceaan naar de noordelijke ijszee om in de winters weer terug te keren naar, met name, de Afrikaanse kust. Tijdens deze reis nemen deze (mannetjes)-potvissen normaliter de route bewesten Engeland en Ierland. Soms nemen ze echter de verkeerde afslag en komen in de Noordzee terecht. Hier krijgen ze te maken met de al eerder aangehaalde problemen: ze kunnen geen voedsel vinden en hun systeem om de weg terug te vinden functioneert niet optimaal in ondiep water. Het gevolg is dat ze gedesorienteerd raken, geen voedsel meer kunnen vinden, verzwakt raken en op de waddeneilanden aanspoelen. Het zijn daarom eigenlijk ook altijd mannetjes die aanspoelen op de Nederlandse kust.
De potvissen behoren tot de familie van de tandwalvissen en hun tanden zijn van ivoor. Tijdens de stranding van de 4 potvissen bij Buren in 1997 werd er op een gegeven moment de onderkaak van een van de potvissen vermist. Deze kaak was ondanks de bewaking met een motorzaag verwijderd en is tot nu toe nooit meer teruggevonden. Er zijn wel oud-walvisvaarders op Ameland die ook van deze tanden hebben. Deze tanden werden verzameld tijdens de jacht op deze dieren. De jacht op potvissen was destijds alleen maar bedoeld om traan te winnen. Tijdens de thuisreis werden de tanden met messen bewerkt en werden er soms de mooiste figuren in gekerfd en gesneden.